Blog: Patty

Joris van den Berg
  | 
6 mei 2020

Ik was zes jaar oud. De juf leek angstig groot en streng en dat was ze ook. We kregen een schriftje en op de kaft moesten we keurig tussen de lijntjes onze naam opschrijven. 
Ik aaide over dit nieuwe bezit, rook verheugd de geur van vers papier en schreef op het voorblad mijn naam: Pipi Langkous. 
Ze was namelijk mijn heldin en droomde ik om ooit zo wijs als haar te worden want als ze een moeilijk onderwerp tegenkwam ging ze op haar hoofd staan want dan zag de wereld en daarmee de oplossing er anders uit. Eerlijk gezegd was ik een Pipi: ik droeg gekleurde sokken, het liefst verschillend van rechts naar links, en mijn vader strikte knalroze strikken in mijn rode haar.

De juf keek naar mijn kaft, las de naam; zij zo hoog van boven, ik zo klein, en ademde ze haar verachting over mij uit en verbande mij naar de gang. De klas lachte hard en ik verbeet het traanvocht van mijn jeugdverdriet. Nee, ik gunde haar mijn tranen niet. 
Op de gang nam ik wraak, verhing ik alle jassen en knoopte ik de mouwen stevig aan elkaar. 
Ze greep mij bij mijn oor, sleurde mij stikkend van haar drift naar de kamer van de oppergod meester die mijn vader belde om mij op te halen. Ik moest wachten op de gang maar hoorde elk woord; ik kon niet schrijven, ik was niet gehoorzaam en het zou vast later echt heel slecht met mij aflopen als ik mijn leven niet zou beteren. 

Thuis kroop ik tussen de voorpoten van mijn hond en vertelde ik hem over mijn verdriet. Hij luisterde, knuffelde mij warm en veilig en zwaaide bemoedigend met zijn staart. De staart waarachter ik mijn eerste stapjes had leren lopen. Met ijzer geduld bleef hij wachten tot ik een tweede stap zou zetten, een derde en een vierde tot ik een maand later met hem zou rennen. 
De juf zou de nachtmerrie uit mijn jeugd blijven en overigens ik ook die van haar want elke bestraffing van haar zou ik belonen met een wederdienst. 

Maar de geschiedenis zou zich herhalen, want er kwam een dag dat ik mijn jongste naar school zou brengen en werd ik na een aantal dagen al gebeld. Ik keek recht in de ogen van een moderne oppergodin die haar school met ijzeren hand bestuurde. 
‘Heeft U verstand van de ziel?’ vroeg ik haar. 
Ze keek mij snierend aan: ‘Mevrouw aan dit soort zaken doen we hier niet’ 
‘Dat zou U wel moeten doen, pareerde ik, ‘U zou uw leerlingen moeten leren wat hun gave is en uniciteit in plaats om van iedereen even lange patatjes te maken. Wellicht heeft U de ambitie om uw leerlingen voor te bereiden op een carrière maar wat leert U hen over hun eigen creatie? Over hun potentieel, het talent en hun dromen en idealen.’
Ze verzuchtte: ’Mijn doel is om de kinderen voor te bereiden op de maatschappij en uw zoon luistert niet.’ 
‘Mijn zoon luistert wellicht niet naar U maar hij luistert wel degelijk, hij luistert naar wat zinvol is en naar onzin luistert hij niet. Dus zou het wellicht interessant zijn om uit te vinden wat hij interessant vindt om te horen.’ 

Tja… een gesprek tussen het ego en de ziel gaat vaak niet goed, ‘When the ego talks the soul walks’, en andersom. Ik begreep haar starheid want helaas wordt het begrip spiritualiteit te vaak verward met wolligheid of met spiritisme en is het zo jammer, zo ongelofelijk jammer, dat het begrip ziel niet goed wordt begrepen. Want op de ziel, de blauwdruk van een mens, staat het levensdoel, het talent en de gave geschreven. 
De wereld is namelijk niet een ruimte waarin jij zou moeten passen. Het zou andersom moeten zijn: De wereld is een ruimte die zich aan jou aanpast en de grootste kracht die een mens heeft om zijn eigen wereld te creëren is de intelligentie van verbeelding. Want onze gedachten en ideeën scheppen letterlijk onze mogelijkheden. 
En leren kinderen denkpatronen die eerder onmogelijkheden creëren dan andersom. Zo moeten we veel leren, hard werken, nog meer doen om van ons leven een succes te maken. Dat dit onjuist is blijkt uit het feit dat mensen die uitblinken niets anders doen dan hun eigen talent leven en daarmee hun potentieel ontwikkelen. 
Wil dat zeggen dat een mens niet zou moeten leren? Nee, dat zeg ik niet. Maar een mens zou eerst moeten leren wie hij is en dat vervolgens ontwikkelen. 

Ik ben de juf uit mijn jeugd eigenlijk dankbaar. Zij leerde mij hoe het niet moest en dat is een uitermate nuttige cursus. Zij heeft in mijn hart het eerste zaadje geplant om een spiritueel leraar te worden en is mijn vak werkelijk zo prachtig om te doen. Er is niets mooiers dan mensen te helpen bij de ontdekking wie ze zijn, hun hoofd los te maken van denkpatronen en ze de intelligentie van verbeelding te leren zodat ze inderdaad ontdekken dat de wereld een ruimte is die zich aan hen aanpast. 

Ik ben de juf uit mijn jeugd eigenlijk dankbaar. Zij leerde mij hoe het niet moest en dat is een uitermate nuttige cursus. Zij heeft in mijn hart het eerste zaadje geplant om een spiritueel leraar te worden en is mijn vak werkelijk zo prachtig om te doen. Er is niets mooiers dan mensen te helpen bij de ontdekking wie ze zijn, hun hoofd los te maken van denkpatronen en ze de intelligentie van verbeelding te leren zodat ze inderdaad ontdekken dat de wereld een ruimte is die zich aan hen aanpast. 

En jij, lezende ogen van deze blog, mag ik je een vraag stellen? Wie was jij? Een Pipi Langkous of een Alice in Wonderland? Een Lancelot of een magische Gandalf? Of wie weet wel een Harry Potter. Ik hoop met heel mijn hart dat je dat bent gebleven en dat je dat niet op de lagere school bent kwijtgeraakt. 
Ach… het is nooit te laat toch? Je kunt het je altijd weer herinneren. En dan? Ja dan… ga je doen waar je van houdt, wat bij je past en het doel van je leven is geen uiterlijk doel, het is niets anders dan een ferm besluit welke ervaring jij eerst wilt leven en dan delen.
Het is niet zo moeilijk als het lijkt: doe net als Pipi Langkous. Ga gewoon op je hoofd staan en bekijk de wereld van een compleet andere kant. 

Artikel uit de categorie:
Geen categorie

0 Reacties op "Blog: Patty"

Geef een reactie op dit artikel

© 2020 The Life Foundation - Powered by Maatos